
WILLEMSTAD – De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft maandag advies uitgebracht aan minister Charetti America-Francisca van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn over de jaarlijkse aanpassing van het wettelijk minimumloon. De raad stemt in met een indexering van 1,8 procent per 1 januari 2026, waarmee het bruto minimumuurloon stijgt van 11,72 naar 11,93 gulden.
De voorgestelde verhoging is gebaseerd op het twaalfmaands voortschrijdend gemiddelde van de consumentenprijsindex tot en met augustus 2025, zoals voorgeschreven in de Landsverordening minimumlonen. Omgerekend komt het bruto minimummaandloon daarmee uit op 2.066,28 gulden.
Tijdsdruk
Opvallend is dat het SER-advies onder uitzonderlijke tijdsdruk tot stand kwam. Het formele adviesverzoek werd pas op 15 december ontvangen, terwijl de nieuwe regeling al op 1 januari moet ingaan. Daardoor was er geen ruimte voor het gebruikelijke consultatietraject met sociale partners en externe deskundigen. De SER noemt dit expliciet en geeft aan dat afzonderlijke consultaties binnen de beschikbare termijn niet konden plaatsvinden zonder afbreuk te doen aan de vereiste zorgvuldigheid.
Ondanks die beperkingen heeft de raad het voorstel getoetst aan het juridisch kader van de landsverordening en geplaatst in de sociaaleconomische context van Curaçao. Daarbij is gekeken naar de prijsontwikkeling, inkomens en de arbeidsmarkt, met bijzondere aandacht voor sectoren waarin het minimumloon een grote rol speelt. Ook is de macro-economische impactanalyse van het ministerie van Economische Ontwikkeling betrokken, die is gebaseerd op het Curalyse-model.
De SER concludeert dat de voorgestelde indexering juridisch aansluit bij de wet en consistent is met de gekozen CPI-methodiek, maar benadrukt tegelijk dat de besluitvorming afwijkt van de gebruikelijke procedure door het korte tijdpad. Daarmee ligt de uiteindelijke afweging nu bij de regering.

































